Zoek de taalfout

Geplaatst door: 15 februari 2010

BeschermdZoek de taalfout in de afbeelding (van de site van Trouw, vanmiddag) … en als je ‘m niet ziet, kijk dan even op onze website.

20 Responses to Zoek de taalfout

  1. Johan zegt:

    Sinds wanneer is het GS-woord ‘reaguurders’ algemeen geaccepteerd?

    Trouwens, natuurlijk is het een traditionele d/t-fout in de kop… Degene die het wxc3xa9l goed schrijft, moet tegenwoordig als een beschermd diersoort gekoesterd worden.

  2. Martijn zegt:

    …een beetje een weggevertje, al helemaal omdat het foute woord prominent in de URL staat…

    @Johan: ben jij tegen neologismen?
    Het woord ‘reaguurders’ heeft (voor mij in ieder geval) een betekenis geen ander woord in de nederlandse taal biedt; het is iets anders dan ‘internetgebruikers’, ‘reageerders’, internetcommentators etc.: er kleeft meteen een etiket aan, een associatie met, euh, fatsoensnormen op stoeptegelniveau.

  3. Herman Callens zegt:

    Taalfout? Komaan, jongens, leer dat nu eens af: het gaat om een spelfout.

  4. Herculaas zegt:

    Johan gaat er kennelijk van uit dat d/t-fouten tegenwoordig meer voorkomen dan vroeger. Is daar bewijs voor? Ik lees voor mijn werk veel documenten uit de jaren 30, 40 en 50 en daar zie ik ze ook zeer regelmatig.

  5. Taaladviesdienst zegt:

    @Herman Callens: we hebben erover getwijfeld, maar toch gekozen voor taalfout. Bij werkwoordspelling speelt de grammatica immers een belangrijke rol.

  6. Johan zegt:

    @Herculaas: dat is inderdaad een conclusie die je kunt trekken uit mijn reactie, maar dat bedoelde ik niet. Vroeger werden dit soort fouten ongetwijfeld ook gemaakt!

  7. Herman Callens zegt:

    @ Taaladviesdienst: zelfs dan is niet bewezen dat het over een taalfout gaat. Dat veronderstelt immers dat de dader een onjuiste grammaticale analyse maakte, en dat is weinig waarschijnlijk. Aannemelijker is dat hij/zij, als gevolg van interfererende frequentiegegevens, twee gelijkluidende schrijfwijzen door elkaar heeft gehaald. Dat is namelijk de belangrijkste reden voor dergelijke fouten (behalve uiteraard bij kinderen e.a. die het allemaal nog aan het leren zijn). Je gaat toch ook niet zeggen dat iemand die toevallig “krand” schrijft, vanuit ‘…and’ zoals in ‘hand’, ‘tand’, ‘mand’ etc., ‘grammaticaal’ uitgaat van “krand” wegens “kranden”? Of dat iemand die “pannekoek” schrijft (zoals hij het uitspreekt) i.p.v. “pannenkoek” grammaticaal in de fout gaat omdat hij de meervoudsregel van het recentste GB (ik laat Wit er even buiten) niet toepast?

    Spelfouten zijn geen taalfouten, ook al moet je soms iets van de taal kennen om een spelregel te kunnen toepassen. Laten we eens ophouden de mensen wijs te maken dat je taal kennen voornamelijk te maken heeft met goed scoren in het Groot Dictee. Was het overigens geen idee van jullie eigenste witte spelling om eens wat “soepeler” om te gaan met een en ander, en niet zo “groenverkrampt”, zoals jullie de ‘officixc3xable’ visie leken te kwalificeren? Als je bij spelfouten graag “taalfout” roept, ben je bijzonder verkrampt bezig.

  8. Wouter zegt:

    @ Herman: dat is wel een erg strikt taalkundige opvatting; je gaat er eigenlijk van uit dat er zomaar een vorm ‘uit rolt’ op het moment dat je beschermt/beschermd moet schrijven. De keuze daartussen is in het Nederlands nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met de grammatica van de zin en dus met het talige inzicht van de schrijver. Dat gaat misschien in een chatbericht minder op maar in een kop op een site van een gerenommeerde krant veel sterker: daar zit niet zomaar iemand! Die moet zijn taal beheersen om deze kop goed te schrijven.

    Spelling xc3xads geen taal maar valt toch vaak wel onder ‘taal’ in een bredere zin, als overkoepelend begrip. Dus ook om die reden al zou je een spellingfout een taalfout kunnen noemen.

  9. Herman Callens zegt:

    Sorry, maar dat vind ik onzin. Als er nu had gestaan:
    “C. Courant beschermen reaguurders”, of
    “C. Courant verschermt reaguurders”, of
    “C. Courant beschorm reaguurders”, etc.,
    dan zou je kunnen spreken van een taalfout. In de gewraakte zin wordt echter geen taalregel overtreden, maar een spel(ling)regel. Weliswaar is die regel gebaseerd op talige informatie – het (gebruiks)verschil tussen O.T.T.-vorm en voltooid deelwoord – maar een fout tegen de regel betekent nog niet dat de ‘overtreder’ dat talig inzicht niet heeft (gehad). Anders zou hij ook fouten maken van het type:
    “De krant geschreven dat …” (i.p.v. schrijft), of
    “De krant gehad gelijk als …” (i.p.v. heeft), etc.
    Dat de auteur van een gerenommeerde krant de grammatica van de zin niet door zou hebben (gehad), maak je mij niet wijs. De reden voor de fout ligt dus elders.

    Het verbaast me verder wel dat je bij een zogenaamde taalfout geen “(erg strikt) taalkundige opvatting” zou mogen hanteren – alles op een hoopje mag kennelijk wel. Het is wat karikaturaal geformuleerd, maar ik ga er inderdaad wel van uit dat er (niet altijd maar wel) heel vaak “zomaar een vorm uitrolt”. Niet “zomaar”, natuurlijk: de frequentste representatie dringt zich het meest op (vandaar een karakteristiek foutenpatroon) en komt dus vaker als fout tevoorschijn. Bij het schrijven spelen regels helemaal niet zo vaak mee, of althans een pak minder dan het clichxc3xa9 wil. Schrijven gebeurt grotendeels geautomatiseerd, en dat gaat (meestal) goed tot je met homoniemen te maken hebt. Daar zou je moeten nadenken en bewust een regel toepassen, maar vaak gebeurt dat niet en dan loopt het fout. Dat alles is intussen genoegzaam bekend uit de wetenschappelijke literatuur. Vreemd dat OT dat niet geweten wil hebben.

    Dat spelling in bredere zin eigenlijk wel onder taal valt, is een bijzonder zwak argument. Uiteraard heeft spelling althans ‘iets’ met taal te maken, maar daarmee is ook alles gezegd. Leestekens hebben ook ‘iets’ met taal te maken, maar ik heb een verkeerde komma nog niet horen kwalificeren als een taalfout. Een spelfout een taalfout noemen vanwege die “bredere zin” is tegelijk toegeven dat dat niet klopt in de “enge zin”. Dan sta je toch niet echt op vaste grond.

    Tot slot. Waarom heb ik een bloedhekel aan dat door elkaar haspelen van taal (i.c. grammatica) en spelling? Omdat ik er dag in dag uit de kwalijke gevolgen van zie. Als een collega met veel misbaar de dt-fout van een leerling hekelt, en wel in een paar zinnen waarin hij het heeft over “het meisje die” (i.p.v. “… dat”), “hoe ze noemt” (i.p.v. “… heet”), “ze kloeg” (i.p.v. “… klaagde”), dan weet je’t wel. De fixatie op spelling doet voor taal(beheersing) in het algemeen meer kwaad dan goed (en daarmee beweer ik allerminst dat spelfouten onbelangrijk zouden zijn of dat een hoofdredacteur dt-fouten mag laten passeren). Ik voeg er, uit de recente actualiteit, nog aan toe: ook ministers weten niet altijd waar de klepel hangt, getuige de dommigheden van Plasterk (i.v.m. grammatica en spelling) en de terechte reactie daarop van de taalprof.

  10. taalprof zegt:

    @Herman Callens: Dat een taalgebruiker die de spelfout ‘C. Courant beschermd reaguurders’ maakt omdat hij een bepaald taalinzicht mist ook meteen ‘C. Courant beschermen reaguurders’ zou schrijven, zie ik niet als een noodzakelijke gevolgtrekking. Ik zou het van de andere kant bekijken: wat voor kennis moet iemand hebben om hier niet voor ‘beschermd’ maar voor ‘beschermt’ te kiezen? Dat is hoe dan ook meer grammaticale kennis dan bij het verschil tussen ‘docent’ en ‘docend.’

    Het is hier dat de grenzen tussen grammatica en spelling bereikt worden. Aan welke kant dit geval ligt is misschien niet eens zo interessant.

    Jij veronderstelt dat de journalist/redacteur hier heel goed weet hoe de zin in elkaar zit. Dat geloof ik graag als je “onbewust” toevoegt. Maar ik vraag mij af of hij/zij zich hier inderdaad realiseert dat ‘beschermt’ de persoonsvorm is. Ik denk het niet. Het alternatief is dat hij zich dit wel realiseert, maar “vergeet” dat daar de spellingregel bij hoort dat je dan een ‘t’ moet spellen. Dat lijkt me ook weer sterk.

    Er zal best, zoals jij zegt, een of andere statistische oorzaak ten grondslag liggen aan deze spelfout, maar wat de foute speller zich niet realiseert lijkt me de grammaticale vorm.

  11. Herman Callens zegt:

    [Reactie in drie stukken . Hier deel 1]

    Volgens mij zijn we het nogal eens. U blijft diplomatisch op de vlakte met een verwijzing naar “de grenzen tussen grammatica en spelling”, en bestempelt de fout in kwestie twee keer als een spelfout en geen enkele keer als een taalfout. Voor de Tad leid ik af: er zijn dus grenzen. Die moet je dan ook respecteren. Dat doen jullie niet, ondanks dat “we hebben erover getwijfeld”: ook ondubbelzinnige spelfouten – niks geen (!) grammatica – plaatsen jullie in de categorie “Taalfouten” (in/uit-checken, nieuwschierig, berdrijf).

    Dan uw opmerkingen. De “niet-noodzakelijke gevolgtrekking” betrof eigenlijk andere voorbeelden, maar dat maakt niet veel uit. Wat ik wou duidelijk maken is dat een volwassen (moeder)taalgebruiker bij zijn volle verstand en heel bewust een persoonsvorm en een voltooid deelwoord niet gaat verwarren. Die mxc3xa1xc3xa1kt geen fouten van het type “De krant geschreven dat …”. De vraag waarom hij het dan wel zou doen – dat is de implicatie van wat Wouter/Tad schrijft: ‘talig’ inzicht, je ‘taal’ beheersen’ – bij pakweg “beschermd/beschermt” lijkt me dan ook terecht.

    U bekijkt de zaken natuurlijk graag “grammaticaal”, maar of er in het ene geval “meer grammaticale kennis” in het spel(len) is dan in het andere is enkel van belang voor wie (regels) leert of (taal) analyseert. Meestal zijn wij niet in dat geval. En meestal is de “kennis die iemand moet hebben” niet van tel. Trouwens, (gebrek aan) kennis? Spelfouten verdwijnen als je de zin luidop leest. Het lijkt dan ook nogal gemeen om mensen die een correcte (gesproken) zin (zouden) produceren te beschuldigen van taalfouten, ontoereikende grammaticale kennis, het missen van taalinzicht, en meer van dat fraais. ‘Bewuste’ kennis van het taalsysteem is hoegenaamd niet nodig voor correcte spraak, waarom zou het bij geschreven taal dan plots als een manifestatie van, let wel, ‘taal’-onkunde moeten worden gezien als je die kennis niet perfect kunt tevoorschijn toveren.

  12. Herman Callens zegt:

    [Reactie in drie stukken . Hier deel 2]

    Iedereen maakt wel eens een dt-fout. Zelf laat ik er zowat xc3xa9xc3xa9n per decennium staan, en ontdek ik een klein veelvoud daarvan vxc3xb3xc3xb3r het te laat is. Ik vermoed dat het u/jullie ook overkomt, al heb ik het vooralsnog niet gezien (maar een blog is gauw verbeterd). En niemand van ons is zo’n oen in taal, toch? Wel, je kunt er (bijna) vergif op nemen dat je het enkel bij homoniemen doet: je hebt oneindig meer kans op een “het gebeurd” dan op een “het komd voor” of “het vald voor”. Dat heeft weinig te maken met je grammaticaal inzicht, omdat je daar heel zelden gebruik van maakt, maar alles met het per ongeluk selecteren van de frequentere helft van een homoniem woordpaar.

    Ook al heb je de persoonsvorm herkend, niets belet dat je toch de verkeerde representatie kiest. Als je heel ‘bewust’ schrijft, pas je regels toe, en dan maak je als volwassen/ervaren speller weinig of geen fouten (al kan een vlaag van spellingsverbijstering ook nog). Meestal echter schrijf je niet zo ‘bewust’, en zijn die regels ver weg. In je hoofd gebeurt het allemaal niet letter per letter, met een pauze als een regel moet worden toegepast, maar met hele woordvormen ineens. Uitgaan van de juiste analyse (persoonsvorm!) en toch de verkeerde vorm kiezen (frequentie) is dan helemaal niet denkbeeldig. Ik pas uw zin aan: “wat de foute speller zich niet” xe2x80x93 bewust xe2x80x93 “realiseert lijkt me de grammaticale vorm”. Niet zo bewust doet hij dat ongetwijfeld wel: hij weet namelijk wat hij vertelt (en zo niet dan is het probleem van een heel andere orde).

    Wat mij bijzonder stoort bij de fixatie op taalfouten, pardon spelfouten, pardon dt-fouten, is dat er telkens een verschrikkelijk verkeerd signaal wordt gegeven naar xc3xa9n lerenden xc3xa9n modale (niet-professioneel schrijvende) spellers: dt-fouten zijn zxc3xa9xc3xa9r erg en als het je systeem niet poepsimpel vindt, ben je een dommerik. Hoe verlammend dat werkt voor velen laat zich raden, ik mag het elke dag constateren.

  13. Herman Callens zegt:

    [Reactie in drie stukken . Hier deel 3]

    Ten overvloede geef ik een aantal voorbeelden van taal-/spelfouten die ik in de loop van de dag op Vlaamse en Nederlandse krantensites heb gevonden. Niets van Trouw deze keer (“Hallo Tad, ze blijken hun ‘taal’ toch wat te kennen!”), hoewel ik een 15-tal artikels heb nagevlooid (bij de andere maar 1, max. 2). Bij Tad hebben ze kennelijk niets gemerkt (tuurlijk, ze kunnen niet alles lezen/zien), maar op z’n minst deze titel had best gemogen:
    - “Rijk en Den Haag ruziexc3xabn over Huis van de Democratie” (NRC).
    Verder volgende ‘kemels’:
    - “(xe2x80xa6) een lokaal politiek suffertje dat niet eens in staat is om zelf een campagne kan bedenken.” (HLN. Een correcte versie van deze zin vond ik later wel op de AD-site.)
    - “Dat zit nu stevig in Franse handen, maar in een land dat niet in staat is langetermijnbeslissingen te nemen, kan niet op beter hopen.” (DS)
    - “Hij noemt het een politiek getint arrest, omdat ‘slechts xc3xa9xc3xa9n argument wordt gevolgd, toevallig het argument dat de Belgische regering’.” (DM)
    - “Het kabinet moet het NAVO-verzoek om een jaar langer met een kleinere missie in Uruzgan afwijzen, meent hij.” (NRC)
    - “Balkenende en Rouvoet weigerden verder om een oordeel te geven over de uitspraak van Bos. Ook wilde ze er inhoudelijk niet op ingaan.” (NRC)
    - “Joey heeft in zijn jeugdige overmoed samen met twee vrienden iets ontzettends stoms uitgehaald.” (AD)
    - “Duitsland dreigde heeft Iran vrijdag met nieuwe sancties.” (Volkskrant)
    Bizar, maar over zulke fouten pleegt men in de regel gxc3xa9xc3xa9n stukjes. Een banale dt-fout daarentegen moet nodig worden uitvergroot, steevast met de kwalificering dat de dader ‘zijn taal niet kent’. En de daders van bovenstaande fouten dan? “Oeps”, “Ach ja, vergetelheidje”, “Tja, missinkje hoor, overkomt de beste” en mantel der liefde, maar een dt-fout, ho maar!

  14. Herman Callens zegt:

    Deel 2, einde voorlaatste zin, had zo moeten zijn: “… zxc3xa9xc3xa9r erg en als JE HET systeem niet poepsimpel vindt, ben je een dommerik.”

    Om mijn argumenten kracht bij te zetten moest ik natuurlijk ook even in de fout, ahum …

  15. taalprof zegt:

    @Herman Callens: Ik ben het graag met je eens dat mensen niet structureel persoonsvormen en voltooide deelwoorden omwisselen. Terecht merk je op dat het alleen om homonieme gevallen gaat.

    Ik zie niet precies waar nu nog ons verschil van mening ligt. De hamvraag lijkt me of je vindt dat er een verschil is tussen te spelfout ‘er gebeurd iets’ en, laten we zeggen ‘niveau’s’ In beide gevallen zijn er regels niet toegepast, en in beide gevallen kun je argumenteren dat het spellingregels zijn.

    Toch hangen de spellingregels bij ‘niveau’s’ niet samen met een grammaticaal verschil. Of je nou kiest voor ‘niveaus’ of ‘niveau’s,’ het is allebei het meervoud van een zelfstandig naamwoord.

    Jouw schets van de “onbewuste” spelling lijkt me adequaat: spellen is niet voortdurend bewust regels toepassen. Uit het proefschrift van Johan Zuidema blijkt echter hoe goede spellers in die gevallen van homonieme werkwoorden te werk gaan: ze hebben een “alarmbelletje” dat hen doet omschakelen naar een bewuste grammaticale analyse (“is dit persoonsvorm of voltooid deelwoord?”).

    Los echter van de psycholinguxc3xafstische vraag wat er in het hoofd van de speller omgaat kun je ook vaststellen dat je voor de correcte spelling van ‘gebeurd/t’ een grammaticale vraag moet stellen (die vastzit in de spellingregel). Die spelling kun je dus ook alleen in een syntactische context bepalen. Voor een geval als ‘niveaus’ geldt dat niet. Op basis daarvan vind ik het begrijpelijk om het een grammaticale kwestie te noemen.

    Voor het grensgebied tussen woordvorming en zinsbouw bestaat een aparte taalkundige term: ‘morfosyntaxis.’ Misschien moeten we voor dit grensgebied ook zo’n term verzinnen. Ik zou zeggen ‘orthosyntaxis.’ In dat geval betreft het een ‘orthosyntactische fout.’

    Overigens vind ik xc3xa9xc3xa9n zo’n fout per decennium wel erg weinig, zeker gezien het aantal woorden dat ik zou schatten dat je in zo’n periode zou schrijven. Ikzelf laat er vrijwel zeker meer staan, zeker als ik reacties op blogs en informele e-mails meereken.

  16. taalprof zegt:

    @Herman Callens: ter illustratie van mijn laatste zin: ik bedoelde aan het begin ‘de spelling’ in plaats van ‘te spelling,’ en aan het einde liet ik een editfoutje staan in de vorm van ‘vastzit in’ (wat natuurlijk ‘vastzit aan’ moet zijn, maar dat is dan weer een woordkeuzefout, die categorie hadden we nog niet).

  17. taalprof zegt:

    @Herman Callens: En nog maar een bekentenis: ik ben niet de bedenker van het woord ‘orthosyntaxis.’ Op het internet is het zeldzaam, maar het komt al enkele malen voor.

  18. Herman Callens zegt:

    @ taalprof: Laat ik beginnen met mijn dt-fouten. Eentje per decennium xe2x80x93 in het ‘serieuze’ werk xe2x80x93 is wat ik me kan herinneren: als ik ‘publiekelijk’ in de fout ga, blijft dat beter bij. Maar, er zijn er misschien ook wel geweest die niemand, mezelf incluis, heeft gemerkt, of die men zedig voor mij verzwijgt. Dat vertekent het beeld. Omdat ik een misser wel eens heel toevallig ‘op tijd’ ontdek, vraag ik me ook af hoeveel ik er over het hoofd heb gezien.

    Dat we het nergens nog echt oneens zijn, spreek ik niet tegen. Ook wat uw hamvraag betreft, volg ik, maar Tad leidt eruit af dat je dt-fouten taalfouten mag noemen (maar heel netjes doen ze dat niet, want zoals gezegd geven ze dat label ook aan onmiskenbaar zuivere spelfouten), en ik doe dat beslist niet, o.m. omdat je een spelfout niet ‘hoort’ (niet de taalvorm is mis, enkel de geschreven versie), omdat spellen veelal ‘zonder regels’ gebeurt, omdat het kunnen toepassen van regels niets zegt over je beheersing van de taal (hooguit over het ‘bewust’ gebruik van talige informatie voor die toepassing) en omdat je dan xc3xa9xc3xa9n type fout buiten proportie opblaast, terwijl je andere, echte taalfouten vergoelijkend-weinig aandacht geeft. Mijn reeksje voorbeelden spreekt toch boekdelen?

    ‘Orthosyntaxis’ en ‘orthosyntactische fout’ klinken mooi en adequaat. Weliswaar zitten we dan meer op het beschrijvende dan op het praktische niveau, en of we onze spellende medemens, voor wie orthografie en syntaxis veelal geen hapklare begrippen zijn, er ook mee vooruithelpen, is niet zeker. Tuurlijk, zodra je precies weet dat het om ‘dt-fouten’ gaat (ik laat andere orthosyntactische kwesties even buiten beschouwing), maakt die niet zo makkelijke term niet veel meer uit, maar dat impliceert wel dat een ‘goed beschrijvende’ term niet eens hoeft. Trouwens, dan is het simpele ‘dt-fout’ misschien nog het best.

    Voor de praktijk (en enkel daar) blijf ik ‘spelfout’ verkiezen bij alle gevallen die met spelling te maken hebben. Een zin als “Dad produkt is teregt afgekeurt” is grammaticaal immers volledig in orde. Enkel in gespelde vorm is het een zootje, soms om xe2x80x93 kennelijk/mogelijk xe2x80x93 ‘talige redenen’. Toch is ‘talige kennis’ ook een relatief begrip: met de ‘kofschip’-/’t kofschiptaxietjeregel (letters) is je ‘inzicht’ van een andere orde dan met het onderscheid stemloos/stemhebbend (klanken). In welke mate mag je bij ezelsbruggetjes van ‘talig inzicht’ spreken, laat staan ‘je taal beheersen’?

    Tot slot de omgekeerde wereld. Niemand gaat “Spelfout!” roepen als een onverlaat “beveelde” of “geneesden” (cf. elders op deze blog) schrijft. Terecht, want die foute werkwoordsvormen zijn volgens alle regels van de kunst en met (kennelijk) al het gewenste talige inzicht gespeld. Waarom zouden we dan ook de talig correcte maar fout geschreven persoonsvormen “beveeld” en “geneesd” niet gewoon als spelfouten beschouwen? Als je er met alle geweld taalfouten wil van maken, versterk je alleen maar de clichxc3xa9s en vooroordelen over taal/spelling, met alle gevolgen vandien.

  19. taalprof zegt:

    @Herman Callens: Ik heb de indruk dat we nu een beetje om het punt heendraaien, en dat punt is misschien ook niet meer dan een vage vlek. Want die werkwoordspellingen zijn dus inderdaad grensgevallen die je spelling kunt noemen omdat het om de geschreven vorm gaat, en grammaticaal (of “talig”) omdat er een grammaticale overweging meespeelt.

    Zo lijkt me de verkeerde spelling ‘gebeurd’ weer van een andere orde dan ‘beveeld’ en ‘geneesd’. In het eerste geval zou je nog kunnen denken aan een verkeerde keuze uit twee bestaande vormen (vergissing op basis van frequentie), maar de laatste twee zijn kennelijk gevormd uit de onterechte (maar verder onberispelijke) toepassing van de kofschipregel. Waarom onterecht? Omdat de kofschipregel alleen voor voltooide deelwoorden geldt. De beslissing om hem op de verkeerde woordsoort toe te passen zou je mijns inziens best een taalfout kunnen noemen.

  20. HC zegt:

    @taalprof

    Eerst een praktische afweging. Goed, “gebeurd” is van een iets andere orde dan “beveeld”/”geneesd”, maar die laatste twee komen in vergelijking nauwelijks voor (met name omdat ze geen homonieme partner hebben). Zijn de uitzonderingen dan taalfouten, terwijl de geregelde gevallen – terecht – spelfouten heten? Spelfouten zomaar als taalfouten brandmerken is, zoals ik al uitvoerig betoogd heb, gewoon fout en strategisch onverantwoord, enkele ‘taal(gerelateerde spel)fouten’ toch spelfouten noemen is zeker het minste kwaad.

    Vervolgens een paar opmerkingen i.v.m. uw kofschipargumentatie. Ten eerste, hoe kun je weten dat de foutspeller zich – “kennelijk” – inderdaad bezondigt aan een onterechte toepassing van de regel? De afwezigheid van een homoniem volstaat niet als bewijs. Is het dus een “onberispelijke” toepassing van de regel, of is de schrijfwijze afgeleid uit “beveelde” en “geneesden”? Dan is het bezwaarlijk een taalfout, ook al is het vertrekpunt een foute taalvorm. Het is immers heel gewoon om een kortere vorm niet anders te schrijven dan in z’n langere equivalent (cf. “antwoorden” en “antwoord”, niet “antwoort”). Dat lijkt me puur spelling. Daarnaast kan onze foutspeller zich ook in de luren laten leggen door analogiexc3xabn (“verveeld”, “bedeeld”, “gespeeld” / “verweesd”, “bedeesd”, “gevreesd”). Dan zit je weer met frequentietoestanden (trouwens sowieso complexer dan het simpele homoniemenstramien). Ook dat is geen zaak van taal (in de bedoelde zin).

    Verder is de kofschipregel m.i. geen (echte) taalregel. Eigenlijk werkt hij met letters: die voor de medeklinkers moet je in het VD laten volgen door xe2x80x93t, andere letters door xe2x80x93d. De klankwaarde van xe2x80x93t en xe2x80x93d is echter gelijk. Nu kun je theoretisch wel een onderliggende representatie postuleren die soms stemlooos en soms stemhebbend wordt gerealiseerd, maar daarmee kun je toch echt niet de modale speller om de oren slaan: hij zxc3xa9gt en hxc3xb3xc3xb3rt enkel /t/. Zijn “taalfout” bestaat louter uit het (veronderstelde en) verkeerd gebruik van talige informatie bij het schriftelijk coderen van een correcte gesproken vorm. Dat is bijzonder mager: het gaat hier immers niet om zijn ‘natuurlijke kennis’, zijn taalvermogen en/of -gevoel, maar om schoolse, aangeleerde kennis (leren schrijven doe je immers op school). Naar mijn oordeel hebben taalfouten alleen met het eerste te maken. Daar alleen gaat het om echte taalregels: de ‘onbewuste’ kennis die je van je taal hebt en waarmee je moeiteloos overweg kunt. De kofschipregel moet je ‘bewust’ kennen en toepassen. Laten we wel wezen: dat doen we niet altijd “moeiteloos”.

Geef een reactie