Peiler?
Geplaatst door: Genootschap Onze Taal 9 maart 2007Uit het Algemeen Dagblad van vandaag: “Beloftenelftal wordt belangrijke peiler in jeugdopleiding Feyenoord”. Wij denken dat hier pijler juist is: er wordt een (figuurlijke) steunpilaar bedoeld en in deze betekenis krijgt pijler een lange ij. Pijler is daarom ook goed in bijvoorbeeld: ‘Onze secretaresse is de pijler van onze afdeling.’ In bijvoorbeeld ‘Het schip botste tegen de pijler van de brug’ betekent pijler letterlijk ‘steunpilaar’.
Met het woord peiler is op zichzelf trouwens niets mis: dat is iemand die of iets wat de afmetingen (hoogte, diepte, dikte) van iets meet. Het is afgeleid van het werkwoord peilen; het zelfstandig naamwoord peiling schrijven we ook met ei. Juist is daarom: ‘Maurice de Hond is een opiniepeiler; hij houdt onze opvattingen in de peiling.’
Ook beloftenelftal is een aardig woord in dit citaat: het Algemeen Dagblad houdt het Groene Boekje als leidraad aan, maar volgens de regels van het Groene Boekje krijgen woorden die ook een meervoud op -es hebben, zoals belofte, geen tussen-n. Alleen belofte-elftal is dus juist volgens de ‘groene’ regels. Volgens het Witte Boekje mag beloftenelftal ook. Dat ligt zelfs meer voor de hand, omdat het tweede deel elftal de gedachte meteen richt op meer beloften/beloftes.
ik denk dat het ook best peiler kan zijn, omdat aan dat elftal is te peilen hoe het ermee voorstaat met de jeugafdeling van feyenoord.
In de mijnen van Zuid-Limburg werd indertijd over pijlers gesproken als een gestutte mijngang werd bedoeld. Dat lijkt me een aardige aanvulling op de verschillende betekenissen die pijler al heeft. De mijnbouwterm sluit aan bij de vierde samenstelling die het WNT vermeldt: “pijlerbouw, die wijze van bouwen waarbij men gebruik maakt van pijlers, ook: een bouwwerk dat op pijlers rust, hd. pfeilerbau…” De verwijzing naar het Duits past voor de mijnen eveneens, want veel mijnbouwterminologie was aan het Duits ontleend.
Och, als op de Avond van het Boek eerst 3 keer ‘motivatie’ wordt gezegd terwijl ‘motivering’ wordt bedoeld (en later ook gezegd), waar maken we ons dan druk over? Zelfs de elitaire presentator wist blijkbaar niet hoe het moest. Zou hij daarna gesouffleerd zijn, vroeg ik me af?
Hoewel AD Sportwereld een eigen eindredactie kent, durf ik wel te stellen dat hier pijler wordt bedoeld. Inderdaad hanteert het AD (het Algemeen Dagblad bestaat sinds 1 september 2005 niet meer) het Groene Boekje als leidraad, maar wij behouden ons het recht voor daar soms van af te wijken. ‘Beloftenelftal’ vind ik in dit geval te billijken, omdat het duidelijk maakt dat daarmee een groep personen wordt aangeduid: de beloften. Alleen was het dan beter geweest om ook in de tekst te spreken van beloften in plaats van beloftes.
Theo den Boer, plv. chef eindredactie AD